Nieuw

Light & CreditPack:Ontdek hoe het werkt

Kredietanalyse & normalisatie

Waarom winstgevende mkb-bedrijven toch nee horen van de bank

Vier fouten in het kredietdossier die je als adviseur kunt voorkomen

MvA
Mark van AstenCo-Founder & Head of Product
Gepubliceerd op 19 september 2026
8 min leestijd
Inhoudsopgave
7 onderdelen

Een bank financiert geen winst uit het verleden, maar een kasstroom die ook in een slecht jaar de rente en aflossing draagt.

Winst op papier, afwijzing bij de bank

Een ondernemer met een goed gevuld orderboek, groeiende omzet en een positief resultaat vraagt een investeringslening van € 350.000 aan. Na weken komt het bericht dat de kredietcommissie niet akkoord gaat. Voor de ondernemer voelt dat willekeurig: de jaarrekening is door een accountant samengesteld, het eigen vermogen is positief en er is onderpand.

Het verschil zit in de vraag die elke partij stelt. De jaarrekening laat zien welk resultaat het bedrijf vorig jaar heeft gemaakt. De kredietbeoordelaar wil weten hoeveel geld er de komende jaren overblijft om rente en aflossing te betalen, ook als het tegenzit. Die vraag beantwoordt hij met de Debt Service Coverage Ratio (DSCR): de vrije kasstroom gedeeld door de jaarlijkse schuldendienst. Bij een samenstellingsverklaring komt daar nog bij dat de accountant geen zekerheid geeft over de cijfers. De bank moet ze dus zelf op betekenis toetsen.

In onze praktijk zien we dat dossiers daarbij vaak stranden op vier punten die met voorbereiding te voorkomen zijn.

1. EBITDA is nog geen afloscapaciteit

De meest gemaakte fout is de gerapporteerde EBITDA overnemen als maatstaf voor wat het bedrijf kan aflossen. Een kredietbeoordelaar normaliseert eerst.

Een veelvoorkomende correctie is de beloning van de dga. Veel dga's keren zichzelf het normbedrag van de gebruikelijkloonregeling uit, in 2026 € 58.000. Kost een externe directeur voor dezelfde functie € 120.000, dan rekent de bank met dat bedrag. De EBITDA is voor de bank dus € 62.000 lager dan op papier.

PostJaarrekeningNa normalisatie door de bankToelichting
EBITDA€ 210.000€ 210.000Vertrekpunt
Correctie dga-beloning− € 62.000Van € 58.000 naar een marktconforme € 120.000
Eenmalige boekwinst op verkoop machine− € 28.000Komt niet terug
Genormaliseerde EBITDA€ 120.000Tussentelling na operationele correcties
Vervangingsinvesteringen− € 35.000Nodig om het machinepark op peil te houden
Vennootschapsbelasting− € 12.000Aanname voor dit rekenvoorbeeld
Mutatie werkkapitaal€ 0Aanname: stabiele omzet
Kasstroom beschikbaar voor schuldendienst€ 210.000 (Boekhoudkundig)€ 73.000Werkelijke afloscapaciteit per jaar (basis voor DSCR)

Het effect op de kredietaanvraag

Stel dat de gevraagde financiering een schuldendienst van € 95.000 per jaar vraagt. Op basis van de EBITDA lijkt dat ruim haalbaar. Na normalisatie is de DSCR 0,77: de kasstroom dekt de rente en aflossing niet. Wie deze berekening zelf maakt voordat het dossier de deur uitgaat, kan de aanvraag nog aanpassen, bijvoorbeeld met een lager bedrag, een langere looptijd of meer eigen inbreng.

2. Een goede jaar-DSCR verbergt seizoenstekorten

De tweede fout is de DSCR alleen op jaarbasis berekenen. Stel dat de verwachte jaarkasstroom € 150.000 is en de schuldendienst € 100.000. Dat geeft een DSCR van 1,50, ruim boven de ondergrens van 1,25 die veel banken hanteren.

Het jaartotaal laat alleen niet zien wanneer het geld binnenkomt. In de bouw, de groothandel of de agrarische sector bouwt de voorraad zich vaak in het voorjaar op, terwijl klanten pas later betalen. Een bedrijf met een jaar-DSCR van 1,50 kan dan in april en mei een tekort van € 45.000 per maand hebben (fictief voorbeeld).

Een liquiditeitsprognose per maand over twaalf maanden laat zien of het bedrijf in elke maand binnen zijn rekening-courantlimiet blijft. Banken vragen daar steeds vaker om bij ondernemingen met duidelijke seizoenspatronen. Lever hem mee, ook als er niet om gevraagd wordt.

Jaarlijkse DSCR = € 150.000 / € 100.000 = 1,50x(Ruim boven de gangbare benchmark van 1,25x)

3. Onderpand is geen terugbetalingsbron

“Maar de bank loopt toch geen risico? Ze krijgt een eerste hypotheek op het pand en een pandrecht op de debiteuren.” Die redenering horen adviseurs vaak, en ze gaat voorbij aan hoe een bank kijkt.

De bank onderscheidt twee bronnen:

  • Primaire bron: De vrije kasstroom uit de normale bedrijfsvoering. Hieruit moeten rente en aflossing worden betaald. Is deze niet overtuigend, dan helpt extra onderpand zelden.
  • Secundaire bron: Wat de zekerheden opleveren als het misgaat, na afwaarderingen en kosten van executie of faillissement. Deze bron beperkt het verlies bij wanbetaling (Loss Given Default), maar is geen reden om te financieren.

Toezichtkaders en zekerheden

De EBA-richtsnoeren voor kredietverlening en -monitoring (EBA/GL/2020/06) vragen van banken dat de kredietwaardigheidsbeoordeling zich richt op het vermogen van de klant om zijn verplichtingen na te komen, en niet overwegend op de waarde van zekerheden. Een dossier dat vooral op onderpand leunt, sluit daar niet op aan.

4. Geen samenvatting op de eerste pagina

Een kredietbeoordelaar heeft beperkte tijd per dossier. Een bundel losse aangiftes, jaarrekeningen, offertes en een ondernemingsplan van vijftig pagina's dwingt hem zelf te zoeken naar de cijfers die ertoe doen. Dat vertraagt de behandeling en vergroot de kans op vragen of een afwijzing.

Zet daarom op de eerste pagina een beslissamenvatting met de kerngegevens van de aanvraag. Een voorbeeld:

Beslissamenvatting (fictief voorbeeld)
Voorbeeld pagina 1
Gevraagde financiering€ 350.000
Looptijd en aflossing60 maanden, lineair
Schuldendienst jaar 1ca. € 88.900 (aanname: 6% rente)
Kasstroom voor schuldendienst€ 125.000 per jaar
DSCR jaar 11,41
DSCR bij rente +2%1,31
Primaire bronKasstroom uit meerjarige onderhoudscontracten (€ 125.000 per jaar).
Zekerheden & Voorgestelde covenantPandrecht debiteuren (€ 180.000, bevoorschot tegen 60%), BMKB-borgstelling, borgtocht dga € 75.000 · Covenant: DSCR minimaal 1,20, jaarlijks getoetst.

Wie deze pagina leest, weet binnen een paar minuten of de aanvraag binnen de risicokaders van de bank valt. Het verdere dossier dient dan ter onderbouwing in plaats van als zoektocht.

Benoem de risico's zelf

Een kredietbeoordelaar moet de bank beschermen tegen verlies. Een dossier dat geen enkel risico noemt, wekt eerder wantrouwen dan vertrouwen. Beter werkt het om de belangrijkste risico's zelf te benoemen en bij elk risico te laten zien wat het beperkt.

Voorbeeld risico's en beperkende maatregelen in het dossier
RisicoDrie grootste klanten zijn samen 48% van de omzet
Wat het beperkt (voorbeeld)

Kredietverzekering met 90% dekking; betaaltermijn van 14 dagen via automatische incasso.

RisicoDe ondernemer doet vrijwel alle acquisitie zelf
Wat het beperkt (voorbeeld)

Sleutelfiguurverzekering van € 250.000, verpand aan de financier; dagelijkse leiding bij een operationeel directeur.

RisicoVariabele rente op basis van Euribor
Wat het beperkt (voorbeeld)

Stresstest met een rentestijging van 2 procentpunt; de DSCR blijft boven 1,25.

Tot slot

Het gaat er niet om dat elk risico verdwijnt. De beoordelaar moet zien dat je het hebt gezien en dat er een antwoord op is.

De kans op een ja hangt voor een groot deel af van de vraag of het dossier de bank dezelfde berekening laat zien die de bank zelf gaat maken. Een genormaliseerde kasstroom, een liquiditeitsprognose per maand, een eerlijke scheiding tussen kasstroom en zekerheden en een heldere eerste pagina maken dat verschil. Dat is werk, maar het is werk dat je beter vooraf doet dan na een afwijzing.

Zelf aan de slag met een bank-klaar dossier?

In de Praktijkgids Zakelijke Financiering 2026 vind je werkbladen voor de genormaliseerde DSCR, de liquiditeitsprognose en de beslissamenvatting. DealPiloot helpt je deze onderdelen vanuit het intakegesprek op te bouwen.